Voor onze herfstwandeling trokken we naar het Vrijbroekpark. Deze keer gingen we niet zomaar wandelen… We gingen op zoek naar sporen van vleermuizen! 🕵️‍♀️🦇

Wist je dat er in het Vrijbroekpark maar liefst 7 verschillende soorten vleermuizen voorkomen? Overdag zullen we ze niet snel tegenkomen, want vleermuizen zijn echte nachtdieren. Net zoals onder andere uilen, marters, kikkers en padden komen ze vooral tevoorschijn wanneer wij stilaan ons bed opzoeken.

We ontdekten heel wat bijzondere dingen over deze kleine vliegers. Een vleermuis is geen vogel, maar een zoogdier. En wat voor eentje! Het is het enige zoogdier dat écht kan vliegen. Tussen zijn lange vingers zitten dunne vliegvliezen. Daarom noemen we vleermuizen ook wel handvleugeligen. Kijk maar eens goed naar een vleermuisvleugel: je kunt de vingers er bijna in herkennen. 🖐️

En honger hebben ze ook! Sommige soorten eten op één nacht een groot deel van hun eigen lichaamsgewicht aan insecten. Een kleine dwergvleermuis kan dus héél wat muggen en andere insecten verorberen. Handig voor ons! 😉

Maar hoe vang je in het pikkedonker een piepklein insect? Met echolocatie! De vleermuis maakt heel hoge geluidjes die wij niet kunnen horen. Die geluidsgolven botsen tegen voorwerpen en insecten en keren terug. Zo kan de vleermuis als het ware met zijn oren ‘zien’ waar zijn prooi vliegt. Met een speciaal toestel konden wij die ultrasone geluiden wél hoorbaar maken.

We leerden zelfs hoe je kunt ontdekken waar een vleermuis gegeten heeft. Van een nachtvlinder lust ze vooral het zachte middenstuk. De vleugels laat ze soms achter. Wie zulke restjes vindt, heeft misschien wel een vleermuizenspoor ontdekt! 🔎

Ook babyvleermuizen zijn bijzonder. Ze worden kaal en hulpeloos geboren en houden zich met hun scherpe klauwtjes stevig aan mama vast. De mama’s leven samen in een kraamkolonie, zodat ze elkaar en hun jongen kunnen beschermen. De mannetjes? Die zijn daar niet welkom. 😄

Wanneer het winter wordt, verdwijnen de insecten en valt er voor vleermuizen weinig te eten. Daarom houden ze een winterslaap. Hun lichaamstemperatuur daalt en hun hart klopt veel trager. Ze zoeken daarvoor graag een rustige, vochtige schuilplaats.

Helaas gaat het niet zo goed met onze vleermuizen. Minder bloemen betekent minder insecten, en minder insecten betekent minder voedsel voor vleermuizen. Gelukkig kunnen wij hen een handje helpen door bloemen te planten en zomer- of winterschuilplaatsen te voorzien.

En voor wie zich nog zorgen maakt: nee, vleermuizen vliegen niet expres in je haren! Dat is een hardnekkig fabeltje. Met hun fantastische echolocatie weten ze maar al te goed waar jij bent. 😉

Na deze wandeling kijken wij alvast met heel andere ogen naar een donkere herfstavond. Wie weet vliegt er boven ons hoofd wel een kleine dwergvleermuis voorbij… 🦇🍂